Kyotaku                                                                                                                           
                                    
De Zen fluit met een bijzonder warme en stiltebrengende klank. 

     

     De geschiedenis ( legende ) van de Kyotaku : de Kyotaku Denki ( 1640 ).

 

     Fuke-zenji ( chinees : P’u  Hua Ch’an Shi  ) was een zen-priester met grote wijsheid in de T’ang dynastie.
     Hij leefde in de provincie Chen.  Hij ging dagelijks uit bedelen , waarbij hij een bel klingelde en de woorden sprak:  
     Myotorai myotoda , antorai antoda , Shiho hachimenrai ( ya ), senpuda , Kokura ( ya ) , rengada.  “Indien aangevallen
     in het licht , sla ik terug in het licht. Indien aangevallen in het donker , sla ik terug in het donker. Indien aangevallen
     uit vier hoeken , zal ik terug slaan zoals een wervelwind doet. Indien aangevallen door de lege hemel , sla ik met een    
     mand. “

     Op een dag hoorde Cho Haku ( chinees : Chang Po ) uit de provincie Ho Nan deze woorden , en bewonderde de
     priester Fuke voor zijn grote deugd. Hij smeekte de priester om toestemming een volgeling van hem te worden , maar 
     Fuke accepteerde hem niet.

     Haku ( Chang Po ) had vroegere ervaring in fluitspelen. Nadat hij geluisterd had naar het geluid van Fuke’s bel , maakte
     hij direkt een bamboe fluit en imiteerde het geluid.

     Daarna speelde hij het geluid onvermoeibaar op de fluit , en speelde nooit andere stukken.
     Omdat hij het geluid van de bel op zijn fluit speelde , noemde hij zijn fluit “Kyotaku” , wat “Lege Bel “ betekent.
     Deze traditie werd 16 generaties doorgegeven in zijn familie. De 16e afstammeling , genaamd San ( chinees Cho San  )
     had de traditie reeds onder de knie op zijn 30e jaar. 

     Daar hij een oprechte gelovige in Boeddhisme was , ging hij naar de prefectuur van Hsu-Chow ( japans :Jo-shu )
     om zen-boeddhisme te bestuderen met een priester van de tempel Hu-kuo-ssu ( japans :Gokokuji ) van Ling-Tung (
     japans : Reito ). 

     In diezelfde tijd verbleef daar een Japanse boeddhistische priester , genaamd Gakushin. Omdat ze compagnons
     waren in hun studie , hadden Gakushin en San veel gemeen , en werden goede vrienden. 

     Op een dag tijdens een gesprek , ging het over de Kyotaku-traditie. San pakte zijn fluit en bespeelde die. De geluiden
     van het instrument waren betoverend. 

     Gakushin was erg onder de indruk van het geluid en riep opgewonden : “ Prachtig , uitstekend. Van al de fluiten
     in de wereld heb ik er nog nooit een gehoord die zo mooi klonk. Dit is muziek om te bewonderen en te koesteren.
     Ik smeek je om me een stuk te leren, zodat ik dit fantastische geluid in Japan kan introduceren  en doorgeven aan het    
     nageslacht. “    Toen speelde San weer op zijn fluit voor Gakushin , en leerde hem de muziek. 

     Gakushin bestudeerde de kunst van de Kyotaku.. Na verloop van tijd raakte hij het hart van de zen filosofie en
     verwierf bekwaamheid op de Kyotaku. Uiteindelijk verliet hij San en keerde terug naar Japan. Dit was in het 2e jaar
     van de regering van Pao-Yu , tijdens de regering van keizer Li-Tsung van de zuidelijke Sung dynastie. Het 6e jaar van 
     Kencho in Japan , tijdens de regering van keizer Gofukakusa. 

     Daarna sloot Gakushin zich op in een bergtempel te Koyasan en ging soms naar Kyoto. 

     Jaren gingen voorbij , en hij stichtte een boeddhistische tempel genaamd Saihoji in de provincie Kishu , alwaar hij
     zijn permanente verblijf vestigde. Vanwege zijn grote deugd werd Gakushin bekend onder de titel Dai-zenji ( grote
     zenmeester ) , en zijn aantal leerlingen steeg met de dag. 

     Tussen zijn talrijke studenten was er een , genaamd Kichiku.  Des te  serieuzer hij werd in zijn toewijding aan zen ,
     des te groter werd zijn bewondering voor zijn meester. Gakushin was ook meer in hem geinteresseerd dan in de andere 
     studenten. Op een dag zei Gakushin tegen Kichiku : “Toen ik in het land van Sung studeerde , heb ik les gehad op de  
     Kyotaku , en ik speel er nog elke dag op. Ik zou je graag leren spelen op deze fluit , en hoop dat je als mijn opvolger deze  
     kunst wilt doorgeven aan het nageslacht. “ Kichiku , dansend van vreugde en dankbaarheid , ontving onderricht in
    deze muziek en werd er goed in. Hij had er plezier in het elke dag onvermoeibaar te spelen. 

     Er waren nog 4 andere studenten van Gakushin : Kokusaku , Risei , Hofu en Sojo , die ook goed op de Kyotaku leerden
     spelen. Zij waren bekend in de buitenwereld onder de titel Shikoji ( “ Vier toegewijde mannen “ ). 

     Later , toen hij de drang had om te gaan rondtrekken , vroeg Kichiku zijn meester toestemming te vertrekken. Hij wilde
     zijn fluit gaan spelen op de straat , en heel de wereld laten weten van zijn prachtige muziek. Gakushin zei : “Wel , wat
     een goed streven ! “. Kichiku verliet Kishu meteen , en arriveerde na lange tijd bij het heiligdom van Kokuzo-do , op de
     top van de berg Asamagatake in de provincie Sei-shu.  Na zichzelf te hebben opgesloten in het heiligdom ,
     concentreerde Kichiku zich ingespannen op zijn toewijding , en bad tot diep in de nacht. Toen hij op het punt stond in
     te slapen , kreeg hij een heldere droom. Kichiku roeide een boot , alleen op de zee , de volle maan bewonderend.
     Plotseling kwam er een dichte mist opzetten en alles werd grauw en donker. Door de mist hoorde hij het geluid van een
     fluit , verlaten en sonoor. De schoonheid van de klank ging elke beschrijving te boven. Kort daarna hield het geluid op.
     De mist werd dikker en dikker , en werd een dichte massa , waaruit het geluid van de fluit opnieuw klonk. Kichiku had
     nog nooit zo’n  prachtig geluid gehoord.

     In zijn droom werd hij diep geinspireerd en wilde het geluid nadoen op zijn Kyotaku.

     Toen ontwaakte hij plotseling uit zijn droom , en kon geen spoor van de mist meer ontdekken , maar het geluid van de
     fluit leefde nog steeds voort in zijn oren.

     Kichiku vond dit wonderbaarlijk. Hij probeerde de twee melodieen uit de droom na te spelen. Uiteindelijk slaagde hij 
     erin om de geluiden met zijn fluit te reproduceren. 

     Hij ging direkt terug naar Kishu , en vertelde Gakushin , zijn meester , over de droom en de muziek die hij hierdoor
     leerde. Kichiku vroeg zijn meester om de twee stukjes een naam te geven. De meester zei : “ Dat moet wel een gift van
     de boeddha zijn ! Wat je eerst hoorde zal Mukiji ( = fluit in de mistige zee ) heten en de andere zal Kokji ( = fluit in de
     lege hemel ) heten.” 

     Vanaf dat ogenblik , heen en weer reizende op de weg , speelde Kichiku  kyotaku ( in dit geval wordt het muziekstuk
     kyotaku bedoeld , ook wel kyorei genoemd ). Als hij gevraagd werd iets te spelen , speelde hij de twee stukjes die hij
     in de mist geleerd had. 

     Monniken in de latere eeuwen zijn onwetend geworden aangaande deze zaak , en spelen de twee stukjes lukraak ; zij
     hebben altijd aangenomen dat kyotaku de naam was voor een muziekstuk , en beschouwen het nooit als de naam voor
     het instrument.

     Doordat het woord bel op twee manieren vertaald kan worden , namelijk “taku” en “rei” , veranderde de naam
     uiteindelijk in “kyorei” ( voor het muziekstuk ).

     Zo verloor de naam zijn oorspronkelijke betekenis. Daarnaast gingen vele monniken er iets nieuws aan toevoegen. Nu 
     zijn er duizenden melodieen en tienduizenden technieken , en iedereen speelt de fluit voor zijn eigen plezier.

     Het is betreurenswaardig dat de oospronkelijke betekenis van Cho Haku totaal verdwenen is. 

     In de laatste dagen van zijn leven leefde Kichiku oost van Kyoto , en ging zo nu en dan de stad in.  Uiteindelijk leerde
     hij deze muziek aan Jinsai. Deze erfenis werd doorgegeven van Jinsai aan Gihaku , van Gihaku aan Rinmei , van
     Rinmei aan Kyofu en van Kyofu aan Kyomu.

     Kyomu is hetzelfde als Kusunoki Masakatsu , die een afstammeling was van keizer Bitatsu. De zuidelijke dynastie
     was op zijn dieptepunt , en al zijn aanhangers waren ten dode opgeschreven.

     Ongeacht zijn ridderlijke geest , ongeacht hoe dapper zijn wil , realiseerde Kusunoki wat de tijd teweeg had gebracht
     , en hij sloot zichzelf op ( in Yamato , in plaats van tevergeefs een leger op de been te brengen ).

      Op een dag vertrok hij in het geheim naar Goshu. Daar ontmoette hij Kyofu , van wie hij de traditie van de
      Kyotaku leerde. 

     Kyomu scheerde zijn kruin niet , nog droeg hij monnikskledij. Hij droeg alle dagen losse kledij en bedekte zijn gezicht 
     met een  koepelvormige mand. Rondtrekkend door kasteelsteden speelde hij de kyotaku van deur tot deur. 

     Kyomu was gekleed op deze manier toen hij Kyufu ontmoette. Deze vroeg hem achterdochtig naar zijn ongebruikelijke
     verschijning : “ Hey , wat een gek uitziende vriend ! Mag ik je vragen waarom je zo raar gekleed bent ?”

     Kyomu antwoordde : “Ooit trok Fuke , de overleden grote zenmeester , rond in de steden en klingelde zijn bel ( taku ) als
     een bezeten man.  Ik zou graag proberen zijn deugd te evenaren.” 

     “En verder,” vervolgde Kyomu , “ heb ik een nieuw voorschrift : de mand-hoed word nu tengai ( = afdak ) genoemd;
     en het zal oneerbiedig zijn voor een man die zich bezig houdt met deze religieuze praktijk , om de mand-hoed af te
     doen. Zijn gezicht moet ermee bedekt zijn als hij anderen ontmoet.

     Het idee is een leven van afzondering te veronderstellen , zelfs in de stad. 

                                                                                     
                                                                                                 Komuso met Tengai

    Als een medepriester van zijn sekte sterft , moet hij op zijn “fukusu” gezet worden , bedekt met een grote doek , en
    gebonden met een touw begraven worden. 

    De Kyotaku zal gespeeld worden op de begrafenis. Dit ritueel zal de grootste wens zijn voor een rondtrekkende monnik
    die sterft. Wat denk je van dit voorschrift ?” 

     Kyofu was diep onder de indruk van Kyomu’s idee en zei : “ Het is  heel redelijk en verstandig;”
     Toen vertrok Kyofu. 

     Daarna maakte Kyomu een toer door de Vijf Thuis Provincies en de Zeven Districten van Japan en speelde de Kyotaku.
     Als mensen informeerden : “Wie en wat ben je ?” antwoordde hij : “ Ik ben een monnik , genaamd Kyomu.” En zo
     kwam de naam Kyomuso in gebruik , om monniken van deze sekte aan te duiden.

     Het aantal leerlingen die Kyomuso als voorbeeld namen groeide in verscheidene provincies. Sommige excentrieke  
    volgelingen droegen een ijzeren ketting rond het hoofd , vizieren , een lang zwaard of een dolk. 

     Teruggekeerd in Goshu , verbleef Kyomu een tijdje in de buurt van Shiga en gaf de traditie door aan een leerling ,
     Gido genaamd. Gido gaf het door aan Jito. Acht generaties van Jito bereikte de traditie Chirai. 

     Tegen die tijd was de naam Kyotaku vergeten. Alleen de naam Kyorei , als titel van een muziekstuk , was nog bekend.
     In zowel China als Japan wordt de fluit gewoonlijk shakuhachi genoemd. Niemand weet wie het die naam gaf. 

     Zoals echter al vermeld , gaat het hier vermoedelijk grotendeels om een legende , die de aanhangers van de meditatieve
     Fuke-sekte aanhouden. In werkelijkheid is de shakuhachi vermoedelijk vanuit Egypte , via het Midden-Oosten naar
     China gekomen.

     Waarschijnlijk waren de voorgangers van de shakuhachi van riet gemaakt.

     In China wordt begin 7e eeuw ( A.C.) voor het eerst melding gemaakt van het instrument. Vanuit China is het eind 7e
    
eeuw , begin 8e eeuw naar Japan gebracht , alwaar het een zeer grote opleving kende. 

     Tegenwoordig geniet de shakuhachi ook buiten Japan een steeds grotere populariteit en komen er steeds meer goede
      leraren buiten Japan beschikbaar.

 


 
       home
    de kyotaku
    geschiedenis
Koko Nishimura
     shakuhachi
      muziek
   biografie
  links
     agenda
   woordenlijst
     contact

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

        

                           - home - de kyotaku - geschiedenis - Koko Nishimura - shakuhachi - muziek - biografie - links - agenda - woordenlijst -diversen - contact -
                                                                                       

                                                                                                     
© Copyright Kyotaku.nl 2006